Ga je met pensioen? Dan kies je tussen een variabele en een vast pensioen.
Kies je voor een variabel pensioen? Dan zetten we je pensioenvermogen om in een variabele uitkering. Die kan elk jaar iets stijgen of dalen, afhankelijk van de beleggingsresultaten en de rente. Maak je geen keuze? Dan krijg je automatisch een variabele uitkering.
Een variabel pensioen is naar verwachting op termijn hoger dan een vast pensioen. We proberen dalingen in je uitkering zoveel mogelijk te voorkomen met een reserve.
Kies je voor een vast pensioen? Dan stap je over naar een verzekeraar, want ons pensioenfonds biedt geen vast pensioen aan. Een vast pensioen blijft altijd hetzelfde bedrag. Daardoor heb je meer zekerheid, maar je pensioen groeit niet mee met prijsstijgingen. En kun je in de toekomst mogelijk minder kopen voor hetzelfde bedrag. In bepaalde situaties kan de uitkering ook dalen. Je krijgt daar later meer uitleg over. In de afbeelding hieronder zie je een voorbeeld van hoe een variabel en een vast pensioen zich kunnen ontwikkelen.
In de brochure over de nieuwe regeling lees je meer over de veranderingen van je pensioenregeling. |
|
|

|